POM en Provincie: matchmakers tussen ondernemers, gemeenten en onderzoekers

Ondernemers, gemeenten en hun lokale partners werken aan heel wat grote transitieprojecten in onder meer energie, landbouw, wonen, klimaatadaptatie en waterbeheer. Door twee of meer van zulke projecten aan elkaar te haken, winnen ze alle aan effect, efficiëntie en betaalbaarheid. Maar hoe ontdek je welke kansen en koppelingen in de buurt mogelijk zijn? Voor zulke B2B-ondersteuning kun je terecht bij provincie Antwerpen en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen. Met hun bovenlokale blik en hun gecombineerde expertise kijken provinciale medewerkers over grenzen, beleidsdomeinen en ondernemingsnummers heen, en zoeken met je mee naar mogelijke samenwerkingen.

We steken ons licht op bij Marlies Caeyers en Tahnee Van Steenbrugge, adviseurs bij de provincie Antwerpen, en bij Stan Verdonck en Paul Robbrecht, projectmanagers bij de POM Antwerpen.

Jullie werken niet voor dezelfde dienst en hebben ook andere werkdomeinen: van land- en tuinbouw tot energie en ruimtelijke planning. Toch werken jullie vaak samen. Welk voordeel biedt dat?

Tahnee Van Steenbrugge: “De provincie Antwerpen en de POM zijn aparte entiteiten: de provincie is de beleidsmaker en regisseur, de POM is de uitvoerder op het terrein. Maar in tijden van transitie is het interessant om onze kaarten samen te leggen. Al ‘onze’ sectoren veranderen steeds sneller. Door samen te werken, brengen we die veranderingen zo goed mogelijk in kaart en zien we waar koppelingen mogelijk zijn.”

Marlies Caeyers: “Het provinciale schaalniveau geeft ons een bredere blik op grote maatschappelijke veranderingen zoals de transities in energie, landbouw en mobiliteit, en nieuwe vormen van wonen en werken. Die overkoepelende visie levert voordelen op voor lokale besturen, organisaties en ondernemingen. Doordat wij de belangen van verschillende lokale spelers aan elkaar koppelen, krijgen ze meer slagkracht en worden sommige projecten plots wél mogelijk.”

Als provincie kunnen we optreden als neutrale bemiddelaars. Tegelijk hebben we nog voldoende voeling met de lokale eigenheden. Dat helpt ons om gemeentegrenzen te overstijgen en uitwisselingskansen te spotten tussen verschillende gemeentes of bedrijventerreinen.

 

Hoe vullen de provincie Antwerpen en POM Antwerpen hun rol als ‘matchmakers’ concreet in?

Tahnee Van Steenbrugge: “Op het vlak van duurzame energie matchen we energie met ruimte, in de zogenaamde 'energielandschappen'. Dat zijn samenwerkingen tussen gemeenten met een gelijkaardige invulling van het landschap, die daardoor vaak op dezelfde ruimtelijke, sociaaleconomische en energetische vraagstukken botsen. In de provincie Antwerpen hebben we zo dertien energielandschappen geïdentificeerd. Door energie te koppelen aan wat het lokale landschap biedt, zien lokale besturen beter met welke specifieke energiekeuzes ze grote stappen in hun energietransitie zetten.

Om een concreet voorbeeld te geven: in het noorden van onze provincie ligt het Energielandschap Noordertuin, dat uit zeven gemeenten bestaat. Dankzij de provinciale studie van Noordertuin weten we dat maar liefst tachtig procent van de energie er gebruikt wordt om te verwarmen. Amper twee procent van die warmtevraag komt uit hernieuwbare bronnen. Diezelfde studie leert ons ook dat Noordertuin wel wat warmtebronnen heeft die nu nog onbenut zijn: ondiepe geothermie, aquathermie en restwarmte. Op basis van die inzichten gaan de Noordertuin-gemeenten nu voluit voor een gezamenlijk warmteplan."

Stan Verdonck: “Ook wanneer projecten concreet worden, kunnen we partijen samenbrengen. Zo hebben we in de provincie Antwerpen 1000 hectare aan professionele serres. De warmtekrachtkoppelingen (WKK’s) van die glastuinbouwbedrijven wekken zowel elektriciteit als warmte op, op een flexibele en efficiënte manier. Op een aantal locaties kunnen glastuinbouwbedrijven, door de grote schaal van hun installaties, warmtebuffers en back-ups, een belangrijke schakel vormen bij de uitrol van duurzame warmteprojecten.

Paul Robbrecht: “In het algemeen liggen in het nieuwe energiesysteem meer en meer kansen in koppelingen tussen bedrijven met hun omgeving. Als er sprake is van complementaire profielen op het vlak van water, elektriciteit of warmte, kunnen we partijen matchen. Dat kost minder en het levert schaalvoordelen op. Vanuit de provincie en de POM zijn we goed geplaatst om de nodige verbindingen te leggen en initiatieven mee op te starten.

Marlies Caeyers: “Veel geëngageerde ondernemers en ambtenaren missen een verbindende partner en procesbegeleiding. Vanuit de provincie Antwerpen en de POM kunnen wij die rol vervullen: we brengen partners samen, leggen de link naar lokaal bestuur, voeren haalbaarheidsstudies uit, begeleiden organisaties die een projectvoorstel voor Europese subsidies willen indienen … Als we een bepaalde expertise niet zelf in huis hebben, kunnen we een beroep doen op een heel netwerk van onderzoeks- en kenniscentra. Op die manier hoeft niet iedereen het warme water opnieuw uit te vinden. Het opstarten van een transitieproject gaat altijd gepaard met onzekerheid, zeker als potentiële partners zoals bedrijven of een lokaal bestuur nog overtuigd moeten worden. In groep sta je dan sterker.

Naast energie is ook het ruimtegebruik in Vlaanderen een grote uitdaging. Zien jullie ook op dat vlak kansen voor samenwerking?

Tahnee Van Steenbrugge: “Ruimtelijke planners staan vandaag voor een grote opdracht. Hoe behouden en versterken we de open ruimte en richten we de bebouwde gebieden op een efficiënte en aangename manier in?

Het gloednieuwe Provinciale Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) is daarbij onze leidraad. Als provincie kijken we niet alleen naar individuele belangen, wel naar het grotere maatschappelijke en ruimtelijke plaatje. Dat heeft voordelen op tal van vlakken. Een voorbeeld vanuit energetisch oogpunt: bedrijvigheid verdwijnt steeds meer uit woonkernen. Zo houd je in de kern enkel nog gezinnen over. Die hebben op hetzelfde moment van de dag een grote energievraag, maar er zijn geen bedrijven in de buurt die restwarmte op overschot hebben of een energiebuffer kunnen creëren. Vanuit onze overkoepelende rol streven wij naar een omgeving met diversiteit, net als in een natuurlijk ecosysteem. Door bepaalde functies weldoordacht toe te laten in een woonkern, ontstaan er naast tewerkstelling allerlei koppelkansen om energie of andere stromen uit te wisselen.

 

Welke projecten zijn er de afgelopen jaren al gerealiseerd vanuit die visie?

Paul Robbrecht: “Op het bedrijventerrein Terbekehof in Wilrijk hebben we vanuit de POM een warmtenet gerealiseerd en een energiegemeenschap opgericht, in samenwerking met een sterke bedrijvenvereniging. De buurbedrijven kennen en vertrouwen elkaar en wisselen inzichten, ideeën en nu ook energie uit. Zo ontstaat een energiehub: een plek waar hernieuwbare energie wordt opgewekt, verbruikt, opgeslagen en gedeeld. Dát zijn de bedrijventerreinen van de toekomst.

Stan Verdonck: “In de Mechelse groenteregio werken we samen met bedrijven en gemeenten aan klimaatadaptatie, via het programma Water+Land+Schap en het LIFE-project ACLIMA. In samenwerking met het Proefstation voor de Groenteteelt hebben we op meer dan 80 hectare aan percelen de klassieke drainages omgevormd naar peilgestuurde drainages. Zo verhogen we de waterbeschikbaarheid en stimuleren we infiltratie. We hebben ook bijgedragen aan een project in Hoogstraten, waar een glastuinbouwbedrijf warmte, elektriciteit en water uitwisselt met een buurbedrijf.

Matchingprojecten zijn vaak erg complex. Toch biedt het veel voordelen om transitieplannen op grotere schaal te bekijken. Mocht je daar als ondernemer of gemeente vragen over hebben, dan kun je ons contacteren. We bekijken dan wat mogelijk is.”

Partners